Cohesiebeleid na 2020 – Huis Nederlandse Provincies

Cohesiebeleid na 2020

De Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF), vaak ook het Europees cohesiebeleid genoemd, zijn erop gericht de regionale verschillen binnen Europa te verkleinen door diverse subsidies te verschaffen aan alle regio’s in Europa om investeringen in die regio’s te stimuleren. Het Europees cohesiefonds is specifiek bedoeld voor de minder ontwikkelde EU regio’s en neemt ongeveer een derde van de begroting van de EU in beslag. Dit komt neer op zo’n € 50 miljard per jaar.

Er zijn een drietal structuurfondsen in de EU:
1. het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO);
2. het Europees Sociaal Fonds (ESF);
3. het Europees Cohesiefonds.

De subsidies die via het cohesiebeleid worden verstrekt zijn afhankelijk van de Europese meerjarenbegroting, de huidige begroting loopt van 2014 tot en met 2020. Voor de nieuwe meerjarenbegroting na 2020 wordt momenteel gedebatteerd en onderhandeld over de voorwaarden van het cohesiebeleid. Door o.a. de naderde brexit en een aantal nieuwe Europese prioriteiten, zoals veiligheid en migratie, moet de totale meerjarenbegroting hervormd worden. Naar verwachting betekent dit een bezuiniging voor het cohesiebeleid.

Innovatie

Voor de Nederlandse provincies is het Europees cohesiebeleid een effectief instrument dat meerwaarde biedt omdat het de integrale gebiedsgerichte ontwikkeling van steden en regio’s ondersteunt. Daarmee wordt de sociaaleconomische positie van regio’s versterkt en duurzame ontwikkeling bevorderd. Met het cohesiebeleid kunnen de provincies een bijdrage leveren aan de Europese doelstellingen, o.a. op gebied van innovatie.

Innovatie in de regio is een belangrijke drijvende kracht achter de Nederlandse en Europese economie. Om deze innovatie te stimuleren, ziet de Europese Commissie graag dat regio’s en gemeenten samenwerken met partners uit het bedrijfsleven en kennisinstellingen op het gebied van innovatie, energietransitie en een koolstofarme economie.

De Europese Commissie ziet toe dat alleen projecten die zijn gekoppeld aan de thema’s van de EU-groeistrategie ‘Europa 2020’ worden uitgevoerd. De Europa 2020-strategie heeft vijf hoofddoelstellingen op het gebied van werkgelegenheid, onderzoek en ontwikkeling, klimaat en energie, onderwijs en de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting.

Nederlands standpunt

In samenwerking met de Rijksoverheid, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Unie van Waterschappen, de G4 (gemeente Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag) en de G32 hebben de Nederlandse provincies een standpunt ingenomen over de toekomst en hervorming van de Europese structuur- en investeringsfondsen. Deze gezamenlijk positie leest u hier:

Gezamenlijke positie Nederlandse nationale, regionale en lokale overheden over toekomst Europese structuur- en investeringsfondsen. 

Belangrijkste uitgangspunten zijn:

  1. meer synergie en vereenvoudiging;
  2. een EU investeringsbeleid dat toegankelijk is voor alle provincies;
  3. een resultaatgerichte aanpak, met duidelijk vastgestelde investeringsprioriteiten voor het cohesiebeleid vanaf 2020;
  4. meer nadruk op innovatie en duurzaamheid;

Vooruitblik

Naar verwachting komt de Europese Commissie begin 2018 met voorstellen voor het volgende meerjarig financieel kader (MFK), de begroting vanaf 2020. Dit MFK-voorstel vormt de basis voor de plannen omtrent het Europees cohesiebeleid.

Contactpersoon HNP

Milos Labovic