Bouke Arends nieuwe voorzitter van de Nederlandse delegatie in het Europees Comité van de Regio’s
Op 12 juni jl., tijdens de Buitengewone Delegatievergadering van de Nederlandse afvaardiging voor het Europees Comité van de Regio’s, is burgemeester Bouke Arends van Gemeente Westland voorzitter geworden van de delegatie. Hij volgt daarmee Commissaris van de Koning Arthur van Dijk (Provincie Noord-Holland) op, die sinds januari 2024 de voorzittersrol vervulde.
Focus Bouke Arends voor de komende periode
Waar wilt u tijdens uw voorzitterschap het accent leggen?
Mijn streven is om de Nederlandse decentrale vertegenwoordiging in de EU te positioneren als een gezaghebbende en invloedrijke partner in de beleidsadvisering aan de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie.
Tijdens mijn voorzitterschap zal de delegatie van samenstelling veranderen, vanwege de vernieuwing van de VNG Governance naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen afgelopen maart en de provinciale verkiezingen in maart 2027. Daarom zet ik mij allereerst in voor het behoud en de verdere versterking van de positieve teamspirit binnen de delegatie.
De Nederlandse delegatie slaagt er goed in om gezamenlijk op te trekken in ons aller belang, ongeacht politiek kleur of de regio die een bestuurder vertegenwoordigt. Mijn ervaring is dat de stem van Nederlandse decentrale overheden mede hierdoor zeer serieus wordt genomen in Brussel. Europese lobby loont, maar vraagt om bestuurlijke aandacht en strategische inzet. We hebben de afgelopen jaren als delegatie laten zien dat we gezamenlijk veel voor elkaar kunnen krijgen.
Wat is volgens u de succesformule voor een grotere impact van de Nederlandse delegatie op Europese besluitvorming?
Invloed richting de EU ontstaat niet door het hardst te praten, maar door relaties op te bouwen, mensen te verbinden en op het juiste moment het juiste gesprek te voeren. Het draait vooral om contacten en het opbouwen van een netwerk. Om die reden zal ik kennismakinggesprekken gaan voeren met de voorzitters van de politieke groepen. Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat het waardevol is te blijven investeren in onze relatie met de Permanente Vertegenwoordiging en Europarlementariërs.
Verder zie ik de handreiking van koepelorganisatie CEMR om de samenwerking met het Europees Comité van de Regio’s te versterken als een positieve ontwikkeling. Zowel VNG- als HNP-bestuurders zijn actief voor CEMR. Dit biedt kansen om een versterkte samenwerking mede vanuit de Nederlandse delegatie vorm te geven.
Waar zal de delegatie zich inhoudelijk de komende periode op richten?
Het belangrijkste dossier waarop we moeten samenwerken in de komende periode is uiteraard het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het Europees Sociaal Fonds zijn hier onlosmakelijk mee verbonden en verdienen eveneens veel aandacht en strategische inzet in de komende periode.
Voor de korte termijn hebben meerdere van onze leden een rapporteurschap toegewezen gekregen. Wethouder René Jansen is rapporteur voor de Cloud & AI Development Act, Gedeputeerde Ans Mol is rapporteur voor de Small Modular Reactors Strategy en Gedeputeerde Martijn van Gruijthuijsen is schaduwrapporteur voor de Chips Act 2.0.
Terugblik Arthur van Dijk afgelopen periode
Wat heeft uw voorzitterschap gekenmerkt?
In Brussel kunnen we soms behoorlijk losgaan op processen, procedures, roadmaps, taskforces en governance-structuren, en voor je het weet heb je drie overleggen nodig om één overleg voor te bereiden. Dan helpt het om met een paar eenvoudige vragen terug te gaan naar de kern: “Hoe raakt dit ons als Nederlandse provincies en gemeenten?” En soms ook gewoon: “Kunnen we het niet iets eenvoudiger maken?”
Waar bent u het meest trots op?
Dat zit toch wel echt in de samenwerking binnen de delegatie. In korte tijd is gebouwd aan een hecht team, waarin verschillen in achtergrond en politieke kleur geen belemmering vormen, maar juist bijdragen aan een sterk gezamenlijk geluid. Die onderlinge verbondenheid maakt dat er in Brussel effectief en eensgezind kan worden opgetrokken.
Daarnaast zijn waardevolle relaties opgebouwd met partners buiten de delegatie. Intensief contact met de Permanente Vertegenwoordiging, Europarlementariërs en internationale partners heeft het netwerk echt versterkt. Juist die verbindingen maken het verschil als het gaat om invloed en samenwerking in Europa.
Een mooi voorbeeld daarvan was het werkbezoek van Kata Tüttő, voorzitter van het Comité van de Regio’s en rapporteur op waterweerbaarheid. Tijdens dit bezoek is samen met gemeenten, provincies, waterschappen, kennisinstellingen en het Rijk gewerkt aan het delen van Nederlandse kennis en praktijkervaring, van waterkwaliteit tot klimaatadaptatie. Het liet zien hoe sterke inhoud en goede samenwerking samenkomen in concrete invloed op Europese beleidsvorming.
Maar als delegatie hebben we ook inhoudelijk onze stem goed zichtbaar gemaakt bij het Europees Comité van de Regio’s. Bijvoorbeeld op het gebied van vereenvoudiging van regelgeving, netcongestie, geluid, het MFK, de Clean Industrial Deal, aanbesteden en de versterking van defensie. Waarvan enkele onderwerpen wij zowel in Europa als in Den Haag hebben aangekaart.
Tegelijkertijd bood het voorzitterschap de kans om binnen het Comité zelf een actieve rol te spelen, zoals het voorzitten van plenaire vergaderingen en het goede contact met de voorzitter.
Ik kijk terug op een mooie en waardevolle periode, waarin veel is bereikt en nog meer is opgebouwd voor de toekomst. Ik heb er vertrouwen in dat Bouke Arends dit verder kan brengen en wens hem daarbij alle succes toe.
Over het Comité van de Regio’s
Voorzitterschap en nationale delegaties Europees Comité van de Regio’s
Het Europees Comité van de Regio’s kent een mandaatperiode van vijf jaar, waarbij de huidige periode loopt van 2025 tot 2030. De Nederlandse delegatie bestaat uit twaalf vaste en twaalf plaatsvervangende leden, gelijk verdeeld tussen gemeentelijke en provinciale bestuurders. De rol van voorzitter wordt afwisselend vervuld door een provinciebestuurder en gemeentebestuurder.
Het Europees Comité van de Regio’s is een van de twee officiële adviesorganen van de Europese Unie. Lokale en regionale overheden kunnen hier hun stem laten horen in het besluitvormingsproces van de Europese Unie. Het Europees Comité van de Regio’s werd opgericht met het Verdrag van Maastricht en hield in 1994 zijn eerste vergadering.
De Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad raadplegen het Europees Comité van de Regio’s over nieuwe voorstellen op terreinen die raken aan lokaal en regionaal beleid. Zo bereidt het Europees Comité van de Regio’s adviezen voor op het gebied van milieu, economische en sociale cohesie, grensoverschrijdende samenwerking, (trans-Europees) transport, volksgezondheid, onderwijs en cultuur, werkgelegenheid en sociaal beleid. Daarnaast kan het Comité ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen.
In totaal bestaat het Comité uit 329 lokale en regionale vertegenwoordigers, die voor een periode van vijf jaar worden benoemd door de Raad.
Er zijn zes commissies in het Europees Comité van de Regio’s waar vertegenwoordigers lid van kunnen zijn. De commissies bereiden inhoudelijke adviezen voor:
- CIVEX – Commissie Burgerschap, Governance, Institutionele en Externe Aangelegenheden
- COTER – Commissie Territoriale Samenhang en EU-begroting
- ECON – Commissie Economisch Beleid
- ENVE – Commissie Milieu, Klimaatverandering en Energie
- NAT – Commissie Natuurlijke Hulpbronnen
- SEDEC – Commissie Sociaal Beleid, Onderwijs, Werkgelegenheid, Onderzoek en Cultuur
Door:
Leah Corsmit, Huis van de Nederlandse Provincies.

