Akkoord nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid

 In Geen onderdeel van een categorie

De Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad bereikten op 25 juni 2021 een voorlopig politiek akkoord over het nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), dat moet zorgen voor een eerlijker, groener, diervriendelijker en flexibeler GLB. Het nieuwe GLB zal van start gaan in januari 2023, na het einde van de overgangsmaatregelen die werden getroffen i.v.m. de moeizame onderhandelingen.

Sociale dimensie

Vanaf de start van het nieuwe GLB in januari 2023 moeten hogere klimaat- en milieuambities worden gerealiseerd, in lijn met de doelstellingen van de Green Deal. Een eerlijkere verdeling van de steun moet vooral kleine en middelgrote familiebedrijven en jonge landbouwers helpen. Lidstaten moeten ten minste 10 procent van de inkomenssteun herverdelen onder kleinere landbouwbedrijven. Minimaal drie procent van de begroting van lidstaten voor GLB-inkomenssteun moet worden voorbehouden voor jonge landbouwers (maximaal 40 jaar).

Door een sociaal conditionaliteitsmechanisme worden begunstigden geacht elementen van het Europees sociaal en arbeidsrecht na te leven. Betalingen aan boeren worden afhankelijk van het respecteren van de rechten van werknemers, vanaf 2023 op vrijwillige basis en vanaf 2025 als verplichting.

Groene dimensie

De verduurzaming van het GLB was een van oorzaken van de lange onderhandelingen. Het nieuwe GLB gaat inzetten op doelstellingen voor duurzamere landbouw, met meer ambitie op het gebied van klimaat, milieu en dierenwelzijn. Het nieuwe beleid moet bijdragen aan de concretisering van de Green Deal, de “van boer tot bord”-strategie en de biodiversiteitsstrategie. Dit laatste moet door de Europese Commissie gecontroleerd worden bij het beoordelen van de nationale strategische plannen (NSP) voor het GLB. Lidstaten moeten daarnaast vanaf 2024 jaarlijks een prestatieverslag indienen en een evaluatievergadering houden.

De minimumeisen waaraan boeren en landbouwers moeten voldoen om steun te ontvangen veranderen. Minimaal drie procent van het bouwland moet voor biodiversiteit en niet-productieve elementen bestemd zijn. Met steun via ecoregelingen, die lidstaten verplicht moeten aanbieden, is het mogelijk dit te verhogen tot een niveau van zeven procent. Lidstaten moeten minimaal 25 procent van hun middelen voor inkomenssteun aan ecoregelingen toewijzen. Ten minste 35 procent van het plattelandsontwikkelingsbudget moet worden gebruikt voor maatregelen ter bevordering van milieu, klimaat en dierenwelzijn.

Volgende stappen

Het nieuwe GLB is door de Raad goedgekeurd en wordt in het najaar waarschijnlijk door het Europees Parlement aangenomen, waarna het in werking treed. Lidstaten hebben tot 31 december 2021 om hun ontwerpplannen in te dienen, waarna de Commissie zes maanden heeft voor de evaluatie en goedkeuring van de NSP.

Het Nederlandse NSP wordt opgesteld door een programmateam waarin het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de provincies, waterschappen en RVO samenwerken. Over een gepubliceerd concept NSP zijn nog geen bestuurlijke besluiten genomen, wat betekent dat er nog wijzigingen kunnen plaatsvinden.

Door:

Marieke ter Horst, Alexander van den Bosch en Ilse Buijs, Huis van de Nederlandse Provincies

Bron:

Politiek akkoord over nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid, Europese Commissie

Ministerie en provincies presenteren concept plan voor het nieuwe GLB, Toekomst GLB

Meer informatie:

Toekomst GLB

Recent Posts
Wekelijks op de hoogte worden gehouden?
Abonneer u dan op de nieuwsbrief de Europese Ster en mis niks van de belangrijkste Europese ontwikkelingen voor gemeenten, provincies en waterschappen.