Grensbewoner centraal en grensbestuurder meer positie

 In Geen onderdeel van een categorie

Op 13 oktober j.l. was de start van het eerste gezamenlijke ITEM/HNP side event tijdens de Europese week van Regio’s en Steden in het Huis van de Nederlandse Provincies te Brussel. Multilevel governance in praktijk was geagendeerd en dat werd het ook. Een geanimeerd gesprek tussen verschillende overheidslagen zoals provincies, de Vlaamse vertegenwoordiging in Nederland, het Europees Parlement, de Europese Commissie en het Secretariaat van de Benelux Unie en het kennisinstituut ITEM.  

Wat hebben we geleerd in de coronaperiode en op welke wijze kan de huidige grensoverschrijdende samenwerking nog verder worden verbeterd; hoe sterk moet de multilevel governance zijn? De voorzitter van het Comité van de Regio’s benadrukte in zijn videoboodschap dat in deze moeilijke tijden grensoverschrijdende regio’s hun cruciale bijdragen hebben laten zien. De crisis heeft de ongelooflijke vindingrijkheid en mentaliteit van de mensen in Europa laten zien. Geboren uit noodzaak omdat het immers essentieel is voor het leven van de mensen die leven in de grensregio’s. Het kan echter niet alleen maar bottom-up komen.

Tijdens deze pandemie bleek hoe belangrijk onderlinge grensoverschrijdende netwerken zijn om meteen tot operationele afstemming en activiteiten te komen. Volgens Commissaris van de koning in de Provincie Overijssel Andries Heidema werkt een draaiboek voor een crisissituatie niet, aangezien iedere crisis uniek is. Wat volgens hem wel werkt is een goed onderhouden relatie gebaseerd op afspraken, zoals die in de regio Nederland-Noord-Rijn Westfalen is neergelegd in een grenslandagenda. Decennia lange samenwerking zorgt dan voor snel schakelen in een crisissituatie.

De aanvankelijk stroeve samenwerking aan de Nederlands-Belgische grens was met name veroorzaakt door het nationaal handelen van Nederland. Met een grenssluiting tot gevolg en in eerste instantie een nationaal gerichte reactie van nationale bestuurders. De heer Filip d’Havé van de Vlaamse vertegenwoordiging in Nederland zag vervolgens dat de Nederlandse grensregio’s meer gewicht kregen in Den Haag en vervolgens ook in België. Hij beschouwt dit als een positieve ontwikkeling en benadrukt dat de stem en de impact van de grensregio’s groter moet worden op nationaal niveau. In aanvulling op het pleidooi van ITEM directeur Anouk Bollen dat de inwoner van de grensregio een eigenstandige categorie moet zijn in het openbaar bestuur, stelt ‘d Havé dat ook de grensbestuurder aan weerszijden van de grens autonomer zou moeten worden.

Benadrukt wordt dat die verbeterde samenwerking ook effectief moet zijn in het dagdagelijkse leven. Jeroen Lenaers, lid van het Europees Parlement, beaamt dat in Den Haag hier al lang over wordt gepraat, maar het nog steeds geen intrinsiek onderdeel uitmaakt van beleidsvorming. Daarom het pilotvoorstel ‘Cross-Border Crisis Response Integrated Initiative’ vanuit het Europees Parlement om in de praktijk te kijken waar ten tijde van de coronacrisis de belemmeringen en obstakels zaten en welk actieplan daarop kan worden ontwikkeld. De Europese Commissie heeft dit voorstel omarmd. Zo ook Frans Weekers, adjunct-Secretaris-Generaal van de Benelux Unie, die voorstelde om de Benelux als proeftuin te benutten. Die voorbeeldfunctie heeft de Benelux als voorloper van Schengen eerder gehad. De handreiking van Weekers werd door de aanwezige vertegenwoordigers verwelkomd.

Een andere handreiking komt vanuit de Europese Commissie. Pascal Boijmans onderstreept dat naast het nut van grensoverschrijdende effectenrapportages zeker de geboden ruimte vanuit INTERREG benut moet worden om de multilevel governance verder te organiseren. Het toepassen van de grenseffectenmethodiek, zoals bijvoorbeeld ontwikkeld door ITEM, kan bestuurders en beleidsmakers helpen op basis van de juiste inzichten stappen te zetten. Nederland kan daarbij als voorbeeld worden genoemd, nu bij nieuwe wet- en regelgeving sinds voorjaar 2021 met behulp van de Leidraad Grenseffecten verplicht moet worden getoetst op grenseffecten.

Voorzitter van het Huis van de Nederlandse provincies, tevens Commissaris van de koning in de provincie Noord-Holland, Arthur van Dijk reflecteert op de middag en geeft aan dat de focus op de grensbewoner, de leefbaarheid en de kansen voor innovatie in grensgebieden in het belang is van de betrokken lidstaten en van Europa als geheel. De pandemie heeft laten zien dat het blijvende aandacht en onderhoud nodig heeft.

Van Dijk geeft aan dat het gezamenlijk door ITEM en HNP organiseren van dit seminar niet bij een eenmalig event blijft. Grensproblematiek is immers geen nieuw probleem, maar gaat over het naadloos kunnen verbinden aldus Van Dijk. In Den Haag moet dat samen komen; niet alle departementen een beetje, maar samen. Je zult moeten kijken naar de impact kant. In zo’n impact team zouden grensbestuurders prima passen, daarbij gebruik makend van praktijkvoorbeelden en onderzoeken. Dit sluit daarmee weer direct aan bij de kernwaarden van ITEM: kennis – verbinden – samenwerken.

Kortom, grensoverschrijdende samenwerking staat volgend jaar weer tijdens de Europese week van de Regio’s en de Steden op de rol, alle aanwezigen hebben het geagendeerd; mulitlevel governance in praktijk!

Event terugkijken kan via: https://we.tl/t-PsN1LFwFxl

Door:

Prof. dr. Anouk Bollen-Vandenboorn, ITEM
Jacqueline de Groot, ITEM

Recent Posts
Wekelijks op de hoogte worden gehouden?
Abonneer u dan op de nieuwsbrief de Europese Ster en mis niks van de belangrijkste Europese ontwikkelingen voor gemeenten, provincies en waterschappen.