Nieuw jaar, nieuwe regering: wat betekent Rutte IV voor de EU en regio’s?

 In Agrofood, Digitalisering, Klimaat & Energie, Regionale Economie

Op de valreep van de jaarwisseling heeft Nederland een nieuwe regering: kabinet-Rutte IV. Wat betekent dit voor decentrale overheden in relatie tot de Europese Unie? Het HNP duikt in dit dossier.

Duurzaam en digitaal

Wat betekent het nieuwe kabinet-Rutte IV voor de rol van Nederlandse regio’s in relatie tot de EU? Het kabinet legt met het nieuwe coalitieakkoord een duidelijke nadruk op de verduurzaming en digitalisering van Nederland. Nederland krijgt voor het eerst een minister voor Klimaat & Energie, Rob Jetten (D66), en een staatssecretaris met Digitalisering als specifiek taakgebied, Alexandra van Huffelen (D66). Deze twee ambities zijn eveneens de twee hoofdprioriteiten van de huidige Europese Commissie. Het is daarmee niet geheel toevallig dat de nieuwe regering in de inleiding al een duidelijk beeld schept van de positie die ze wil innemen in de EU: Nederland gaat “een voortrekkersrol spelen voor en binnen een sterke en slagvaardige Europese Unie.” De ambities van Nederland liggen in het verlengde van de Europese ambities en Nederland hoopt ze met behulp van “een Europese of zelfs mondiale aanpak” te realiseren. Hierin is een sterke positionering voor Nederland in de EU dus van belang.

Voor decentrale overheden zijn de dossiers duurzaamheid en digitalisering van groot belang. Regio’s worden daarom niet onbenoemd gelaten. De regering verklaart dat de samenwerking met lokale overheden, sociale partners en uitvoeringsorganisaties nodig is voor het uitvoeren van deze ambities. In relatie tot de EU belooft Rutte IV de volgende zaken:

  • In lijn met de afspraken uit het Europese ‘Fit for 55’-pakket, worden CO2-emmissies gereduceerd door: het rechtvaardig belasten van de luchtvaart; het ontmoedigen van korte vluchten; en het vervoer in Europa per trein tot een goed alternatief te maken, qua tijd en kosten. Hierbij staat een gelijk speelveld binnen de EU centraal, als ook van de EU ten opzichte van derde landen. Regio’s moeten op deze manier een betere connectiviteit hebben, zonder dat dit het klimaat extra belast.
  • De doelstellingen in de wet stikstofreductie en natuurverbetering worden versneld van 2035 naar 2030, in lijn met de Europese afspraken hierover. Voor het Stikstoffonds, dat deze ambitie moet realiseren, wordt tot en met 2035 maar liefst 25 miljard euro uitgetrokken. Dit heeft grote impact op het langetermijnperspectief voor de Nederlandse regio’s met een intensieve landbouw.
  • In Europees verband wil Nederland de samenwerking tussen lidstaten rondom digitalisering versterken en de macht van grote techbedrijven inbinden. Nederland moet het digitale knooppunt van Europa worden. Voor regio’s betekent dit onder meer dat, in lijn met de Europese doelstellingen, de toegankelijkheid van digitale, decentrale overheidsdiensten en overheidscommunicatie wordt verbeterd.

Regionale economie

Het stimuleren van de regionale economie is een derde belangrijke pijler binnen kabinet-Rutte IV in relatie tot de EU en decentrale overheden. Hierbij wordt de grensoverschrijdende samenwerking tussen Europese regio’s genoemd als belangrijke factor voor de regionale economieën in Nederland. De nieuwe regering wil de publiek-private samenwerkingsverbanden verder versterken en hierbij de positie van grensregio’s bewaken, door samen met Vlaanderen, Wallonië, Noord-Rijn Westfalen en Nedersaksen te kijken naar de knelpunten in het huidige beleid. Het nieuwe innovatiebeleid zet daarbij in op internationale en regionale samenwerking met kennisinstellingen en innovatieve ecosystemen, om zo een bijdrage te leveren aan de grote transities: klimaat en energie, digitalisering, sleuteltechnologieën en de circulaire economie.

Wat opvalt, is dat het coalitieakkoord de plannen van Rutte-IV voor een nationaal herstel en weerbaarheidsprogramma (RRP) niet benoemd, waarmee aanspraak kan worden gemaakt uit de 6 miljard euro uit het Europese herstelfonds. Nederland heeft als enige land in de EU nog geen RRP ingediend. Meermaals hebben regionale stakeholders Rutte III opgeroepen hen te betrekken bij het schrijven ervan, maar zonder concrete uitwerking. Dit ondanks de aangenomen motie Dassen-Van der Lee. In het nieuwe akkoord wordt rondom het herstelfonds wederom niet thuis gegeven.

Gedeputeerden

Onder de twintig ministers en negen staatssecretarissen van Rutte-IV zijn bevinden zich maar liefst vier oud-gedeputeerden. Zo is de nieuwe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de voormalig gedeputeerde in Utrecht, Hanke Bruins Slot (CDA). Voormalig gedeputeerde in Noord-Brabant, Christophe van der Maat (VVD), is de nieuwe staatssecretaris van Defensie. Henk Staghouwer (ChristenUnie) verruilt zijn positie als gedeputeerde in Groningen voor de rol als minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Als laatste is Christianne van der Wal (VVD), voormalig gedeputeerde in Gelderland, de nieuwe Minister voor Natuur en Stikstof. Dit is het grootste aantal gedeputeerden dat plaats neemt in een nieuw kabinet. Een aantal nieuwe bewindspersonen is zowel Europees, dan wel regionaal georiënteerd en heeft affiniteit met de provincies. Het is de vraag hoe dit concreet uit zal pakken, maar het vooruitzicht lijkt daarmee positief voor decentrale overheden met betrekking tot de EU.

Achtergrond

Op 15 december 2021 presenteerden de VVD, D66, CDA en de ChristenUnie gezamenlijk het nieuwe coalitieakkoord voor de kabinetsperiode 2021 – 2025, getiteld ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’. Op 10 januari 2022 presenteerde dit nieuwe kabinet-Rutte IV zich tijdens de bordesscene. Daarmee heeft Nederland na de langste formatie ooit eindelijk een nieuwe regering.

Door:

Femke Boersma, Huis van de Nederlandse Provincies

Bron:

Coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ – De Rijksoverheid

Meer informatie:

Nederland laat 6 miljard euro liggen: dit moet veranderen – Huis van de Nederlandse Provincies


Recent Posts
Wekelijks op de hoogte worden gehouden?
Abonneer u dan op de nieuwsbrief de Europese Ster en mis niks van de belangrijkste Europese ontwikkelingen voor gemeenten, provincies en waterschappen.